De techniek is er al, nu het gedrag nog.

Het recente koersverlies van Signify haalde de krant.
Tegenvallende resultaten, druk op marges, een afwachtende markt.
Voor wie dagelijks in de verlichtingswereld werkt, is dat geen verrassing. Het bevestigt vooral wat al langer zichtbaar is.

In de praktijk komen we nog steeds ziekenhuizen, kantoren en scholen tegen met conventionele verlichting. Installaties die technisch en energetisch verouderd zijn, maar blijven hangen omdat ze het “nog doen”.
Iedereen weet dat het beter kan. Iedereen kan het uitrekenen. En toch worden beslissingen vaak vooruitgeschoven.

Geen kleine stap, maar een grote sprong

Kijk je naar de ontwikkeling van de verbrandingsmotor, dan zie je vooral geleidelijke verbetering. Een auto uit 2005 reed ongeveer 14 kilometer op een liter benzine. Twintig jaar later zitten we grofweg op 18 tot 20 kilometer. Dat is vooruitgang, maar geen revolutie.

Bij verlichting is dat anders gegaan.

De stap van gloeilamp naar LED is geen optimalisatie, maar een fundamentele sprong.
Waar een gloeilamp zo’n 10 tot 15 lumen per watt levert, zit moderne LED-verlichting op armatuurniveau rond de 150 lumen per watt. Geen procentenwerk, maar een factor tien verschil.

Als de benzinemotor zo’n ontwikkeling had doorgemaakt, zouden we vandaag meer dan 140 kilometer op één liter rijden. Dat klinkt onrealistisch,  maar in verlichting is die sprong gewoon gebeurt.

En toch verandert het gedrag langzaam

Ondanks die enorme efficiëntieverbetering worden investeringen in verlichting vaak uitgesteld.
Niet omdat de businesscase ontbreekt, maar omdat verlichting nog steeds wordt vervangen op het moment dat het stukgaat.

In andere techniek accepteren we dat nauwelijks.
Niemand blijft bewust werken met een machine die structureel veel meer energie verbruikt dan nodig is, alleen omdat hij nog draait.
Bij verlichting gebeurt dat wel.

Wennen aan een andere manier van denken

Wat ook meespeelt, is de terughoudendheid bij nieuwe vormen van financieren en beheren. Maandelijkse modellen zijn in veel sectoren normaal geworden,  van auto’s tot software. Bij verlichting voelt dat nog vaak onwennig.

Hetzelfde geldt voor lichtmanagementsystemen. De waarde zit in data, optimalisatie en updates, maar de discussie blijft hangen bij het idee van een terugkerende vergoeding.
Dat is zelden een rekensom. Vaker gewoonte.

Geen technisch probleem

De verlichtingssector loopt niet vast door gebrek aan techniek. De technologie is er al jaren. LED is in feite infrastructuur geworden, en slimme verlichting is een logische volgende stap om die efficiënt te benutten.

De echte vertraging zit in hoe we besluiten nemen. Zolang verlichting vooral wordt gezien als een eenmalige aanschaf in plaats van een systeem dat je blijft verbeteren, blijven investeringen achter.

De techniek heeft haar werk gedaan. De efficiëntiesprong is gemaakt. De vraag is nu vooral wanneer ons gedrag volgt.

En precies daar ligt de grootste stap die nog gezet moet worden.

Vond je deze blog nuttig? Zorg dat je de volgende niet mist

Archieven